iedere-dag-weer-vers.png

Hoe is een kleine slagerij met een winkeloppervlakte van achttien vierkante meter uitgegroeid tot een bloeiend en groeiend bedrijf anno 2002?

Dat is de centrale vraag waar het in deze geschiedschrijving over gaat. Onderstaande beschrijving van de geschiedenis van de firma Goënga is gemaakt door Michiel Drijver, ter gelegenheid van de overname van de supermarkt en slagerij in april 2002.


Inleiding

In de bijna zeventig jaar tellende geschiedenis van de Firma M. Goënga en zonen is er natuurlijk heel wat gebeurd. Keiharde inzet van de familie Goënga heeft ervoor gezorgd dat het bedrijf uitgegroeid is tot een goed bloeiende supermarkt, maar niet te vergeten een slagerij die niet alleen op Texel maar ook ver daarbuiten bekend staat om zijn lamsvleesspecialiteiten. Wanneer we alleen al naar de tal van verbouwingen kijken die de geschiedenis van het bedrijf rijk is kunnen we concluderen dat er door de familie Goënga en medewerkers veel werk is verzet. Het spreekwoord veel werk aan de winkel zijn is daarom dan ook niet alleen in de figuurlijke zin van toepassing.

Toen ‘overgrootopa Goënga’ (Otte Goënga; de vader van Minne) op 17 april 1935 het startsein gaf voor het oprichten van een slagerij was hij zich waarschijnlijk niet bewust van de grootte die het bedrijf aan zou nemen in de decennia daarop. De ontwikkeling van dit bedrijf kent een stijgend verloop, verbouwingen en uitbreidingen in 1962, 1969, 1974, 1986 en 1999 hebben ervoor gezorgd dat de slagerij en supermarkt een respectabele plaats innemen onder de ondernemers van Texel. Een plaats die zoals het nu staat alleen maar kan groeien. Dit wordt onderschreven door de jaarlijkse omzetgroei na de ombouw van de firma tot SPAR.

En nu, in 2002, staat er een nieuwe generatie Goënga’s te trappelen om frisse leiding te geven aan dit veelbelovende bedrijf. Een bedrijf dat opgebouwd is met veel inspanning van ‘Ome’ Willem, ‘Tante’ Benna, ‘Ome Otje’ en ‘Tante’ Neeltje die tot vandaag de dag toe al hun energie hebben gestoken in dit bedrijf. Deze vier hebben de slagerij en later de supermarkt zien groeien. Eerst hebben ze alleen gewerkt met de familie, pas later kwamen daar werknemers bij. Veertig jaar van hard werken hebben ervoor gezorgd dat de band met dit bedrijf erg groot is en dan is afscheid nemen des te moeilijker. Zoveel jaren van inspanning zijn voorbijgegaan en het zou dan ook onterecht zijn om hierbij niet stil te staan.


Hoe het allemaal tot stand kwam…

Op 21 november 1934 wordt er in de Texelsche courant voor het eerst melding gemaakt van de oprichting van een slagerij in Den Hoorn zoals blijkt uit onderstaand artikel:

Den Hoorn - Vestiging slagerij door M. Goënga,

Naar we vernemen ligt het in de bedoeling van de heer Minne Goënga, van den Burg, hier een slagerij met woonhuis te doen optrekken en wel op een perceel lands van mej. de wed. Bruin aan de Dorpsstraat (bij de transformator). De zaak wordt geheel naar de eischdes tijds ingericht, terwijl voor nette en vakkundige bediening zal worden ingestaan. Geruime tijd reeds is de heer M. Goënga in het vak op Texel en aan de vaste wal werkzaam geweest. Getuigschriften toonen aan, dat hij voor zijn taak volkomen berekend is.

Otte GoëngaDe eigenlijke stoot voor de oprichting van een slagerij in Den Hoorn kwam niet van Minne Goënga, maar van diens vader: Otte Goënga. Otte Goënga was woonachtig in Den Burg en was daar gemeentelijk veldwachter. Hij wilde met het oprichten van een slagerij in Den Hoorn een toekomst voor zijn zoon creëren. De oprichting is mede aan het doorzettingsvermogen van deze man te danken: Otte ging aan de slag, nauwelijks wetend wat hierbij allemaal kwam kijken. Want naast problemen als het verkrijgen van startkapitaal en naamsbekendheid kwam daar ook de minderjarige leeftijd van Minne bij. Minne was nog maar 20 jaar oud en was daardoor in eerste instantie niet oud genoeg om een eigen zaak te beginnen. Via het kantongerecht werd een zogenaamde beperkte handlichting uitgeschreven waarmee werd verklaard dat Minne mondig genoeg was om een eigen zaak te beginnen.

Wie was Minne Goënga?

Minne Goënga op 20-jarige leeftijd (03-08-1914 - † 27-12-1978)

Zonder de inzet van Minne Goënga zou de slagerij nooit zo geworden zijn zoals hij nu is. Vanaf de opening in 1935 heeft hij er heel hard voor moeten werken om de slagerij draaiende te houden. Na de oorlog ging het beter met de firma M. Goënga, elk jaar werden er vooruitgangen geboekt: de winkeloppervlakte werd verscheidene keren uitgebreid en naast vlees kwamen er groenten en levensmiddelen bij. Wie was die man die het bedrijf opbouwde na de opening op 17 april 1935?

Minne Goënga werd geboren op 3 augustus 1914 te Bolsward. Toen hij dertien jaar was geworden en de lagere school had afgesloten besloot hij te gaan werken. Niet in het slagersvak maar bij de boer: water dragen en aardappels sorteren. Dit was hard werken, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Tot zijn vader een beter baantje voor hem had op de noodslachtplaats. Daar hielp hij met slachten en Minne verkocht vlees aan klanten. Het werk tussen de kadavers vond hij maar niets en binnen korte tijd kwam hij dan ook bij de gebr. Peereboom als slagersknecht terecht. Van daaruit kwam hij bij andere slagers op het eiland te werken (Bram Dekker en slagerij Visser). Toen Minne achttien jaar werd vertrok Minne naar de vaste wal om het slagersvak te leren. Hij deed dat bij de eersteklas slagerij De Boer in Sexbierum. E. de Boer ( een oom van Roelie Bakker) beheerde de slagerij en was een vakman die heel precies en schoon werkte. Van deze man heeft Minne heel veel geleerd. Na deze tijd in Sexbierum kwam Minne terecht in Den Helder waar hij in militaire dienst moest. Toen de militaire dienst erop zat kwam het moment dat de vader van Minne voorstelde om een slagerij op te zetten voor zijn zoon Minne. En op 17 april 1935 was het dan zover…

Sexbierum, 1933/1934: Minne Goënga bij slagersvakman E. de Boer, van deze man heeft Minne heel veel opgestoken.

De opening van slagerij Goënga op 17 april 1935

Op 17 april 1935 was het dan zover. Minne Goënga had toestemming van de koningin en mocht beginnen met een eigen slagerij. De Texelsche Courant schetste een beeld van wat we van deze slagerij mogen verwachten:

Den Hoorn - Zakennieuws

Zooals aangekondigd werd, hoopt de heer M. Goënga vandaag zijn slagerij en winkel alhier officieel te openen. De zaak is naar de eisch van de tijd ingericht. De wanden zijn met tegels bezet, de toonbank met marmer gedekt. Alles ziet er frisch en degelijk uit. In de winkel zijn een electr. gedreven gehaktmolen – een snijmachine en een koelcel aanwezig. De etalage pronkt met verchroomd nikkel en trekt door een een paar van spek vervaardigde figuren mede de aandacht. Ook bij de inrichting van de slachtplaats is op de hygiëne in de eerste plaats gelet. Moge de jonge ondernemer er in slagen deze nieuwe onderneming op ons dorp tot bloei te brengen. Uitvoerders waren: metselaar H. Bakker (van de slachtplaats S. de Waal), timmerman P. van ’t Hoog, electr. Gebr. Dros, loodg. Agter en schilder Toolens.

Het interieur direct in de jaren na de opening, zoals beschreven staat in de Texelsche Courant Het interieur direct in de jaren na de opening, zoals beschreven staat in de Texelsche Courant

Het hele dorp leefde mee met de komst van de slagerij. Dit blijkt wel uit een stukje uit De jutterskrant, de vroegere Helderse Courant. In deze krant was een speciaal gedeelte voor de kinderen, Jansje lap uit Den hoorn schreef een stukje over de komst van een slagerij in Den Hoorn:

Ons dorpje krijgt een slagerij Of soepvlees zonder been.
Hebt gij het al gehoord? Ik gaf het beste en niet te vet,
Een flinke, jonge ferme klant Stemde iedereen tevree,
Is er toe aangespoord En ieder kreeg dan naar zijn huis,
Straks hangt zo prachtig voor het raam Een stukje worst nog mee.
Een fijne varkenskop, Doch beste jonge slagerman,
En worst en biefstuk enzovoort. Ik ben helaas geen knecht,
Het kan zo waar niet op. En denk dat ik als meisje kan
Was ik een jongen, 'k toog er heen zeer weinig bracht terecht.
En werd dan vast nog knecht aar hulde voor het mooie werk,
Dan kwam er van die slagerij Dat gij hier zo begon
Nog heel wat goeds terecht En een elk uw werk hier steunt,
Ik ging dan naar de mensen heen Zoveel als hij maar kon.
En vroeg dan heel beleefd:
Wilt u nog biefstuk extra fijn,


Op woensdag 17 april om negen uur ’s ochtends werd Goënga’s slagerij geopend, zoals blijkt uit onderstaande advertentie uit de Texelsche courant:

Advertentie van de opening op 17 april 1935 Advertentie van een maand na de opening

De periode na de opening: 1935-1940

De eerste koe werd gekocht van de Wed Beumkes voor een bedrag van 125 gulden. Deze koe werd geslacht door de oude leermeester van Minne, E. de boer. De bestellingen waren zo hoog dat de koe binnen de kortste tijd al helemaal op was. Er moest dus zo snel mogelijk nog een koe worden geslacht om aan de vraag naar vlees te voldoen. Per week werd er ongeveer een koe verkocht. Zoals alle begin was ook dit begin moeilijk, er moest hard worden gewerkt door alle familieleden tegenover weinig opbrengsten. Alles werd ingezet om de zaak staande te houden. Lolle, de broer van Minne, werkte mee in het bedrijf nadat hij de lagere school had afgesloten

De eerste koe die Minne Goënga kocht van de Wed Beumkes

Doordat in 1936 bakker Duinker verbouwd moest worden kwam deze tijdelijk in de voorkamer van het huis aan Diek 1 terecht, daar werd brood en koek verkocht. De vestiging van bakker Duinker in de voorkamer was gelijk een goede gelegenheid om de Hoornder klanten naar het hoekje te trekken. Bakker Duinker was namelijk een bedrijf dat al langer gevestigd was in Den Hoorn en had daarom een reputatie opgebouwd. Tevens 1936 was ook het jaar dat Minne Goënga in het huwelijk trad met Jannie Zegel die hielp met het schoonmaken van bakker Duinker en later met het schoonmaken van de slagerij. Ook na 1936 waren de jaren zwaar, er moest hard gewerkt worden en er was weinig geld om van te leven.

En toen brak ook in 1939 ook nog eens de Tweede Wereldoorlog uit. Dit bracht heel wat spanningen met zich mee. Minne moest verschijnen in Ijmuiden bij de voormobilisatie, maar zijn vader kreeg het voor elkaar dat Minne een aantal weken zakenverlof kreeg. In 1943 werd Otto geboren en Minne was weer voor enkele weken thuis, in de tussentijd draaide Lolle de zaak, en die was toen nog maar zeventien jaar oud! Iedereen leefde in een wereld van angst, je kon zo opgepakt worden of opgeroepen. Geld had helemaal geen waarde meer, iedereen ging massaal aan het ruilen. En een ruilmiddel hadden de Goënga’s, zodoende hebben ze de hele oorlog te eten gehad.

In de oorlog werd Goënga aan veel spanningen overgeleverd. Aan de ene kant waren daar de Duitsers aan wie ze vlees moesten leveren en aan de andere kant de burgerbevolking en de boeren (onderduikers) die in de rij stonden voor vlees. Minne had ook nog wel eens de moed om cijfers van het aantal afgeleverde kilogrammen op een door de Duisters ingesteld formulier te veranderen. Daardoor nam het aantal afgeleverde kilo’s fors toe. Dit was heel gevaarlijk, want bij een controle hadden ze hem zo in de kraag gegrepen. Dit was ook de reden dat Minne in de schoenenkast een blind luik had laten maken waar hij in kon wegkruipen als de Duisters kwamen. Gelukkig is het nooit zo ver gekomen, de Duitsers zijn er nooit achter gekomen.

Feest na de oorlog: na een periode van vele spanningen was het eindelijk voorbij


De jaren veertig en vijftig

De slagerij stond nog niet eens goed op de rails of de oorlog strooide roet in het eten. Niet alleen in de oorlog was het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, ook de jaren na de oorlog waren niet gemakkelijk. Er was geen vertrouwen meer in de economie en er werd dan ook weinig gekocht. De familie Goënga had last van de nasleep van de Tweede Oorlog. In de oorlog werd Willem geboren, in de Russenoorlog Janneke en een jaar daarna Neel. Er moest hard gewerkt worden om voor het gezin een behoorlijke boterham te verkrijgen. De slagerij bracht niet genoeg geld en werk mee om het gezin te onderhouden. Er werd dan ook gezocht naar andere activiteiten naast de slagerij.

Een taxibedrijfje in Den Hoorn

Doordat de slagerij niet voldoende werk bood werd in 1944 een taxibedrijfje opgericht. Dit was een uitstekend alternatief om de schulden weg te werken. De taxi, die taxi 21 werd genoemd, was gevestigd tussen de schuur van Han Bakker en het oude Rabobankgebouw. Dit bedrijf heeft de familie Goënga nog een tijd lang gehad. Tot 1956 hebben ze zich ingezet om klanten naar andere bestemmingen te vervoeren. Dit zorgde wel voor vreemde taferelen: wanneer Minne bijvoorbeeld aan het slachten was of worst maakte kon er zomaar een klant voor zijn neus staan die vroeg of hij ergens heen gebracht kon worden.

1944-1945: Op de foto staan van rechts naar links: Minne Goënga, Lolle Goënga, Jaap Boon, Martha Gerzonius, Otto Goënga en Jannie Goënga-Zegel


Begin jaren zestig

De oprichting van een taxibedrijfje zorgde voor een beetje leven in de slagerij. Langzaamaan begon de slagerij grotere vormen aan te nemen. Halverwege de jaren vijftig stapt ook Otto in de slagerij, even later gevolgd door Willem. Zo kwam het dat Otto op vijftienjarige leeftijd in 1954 naar de slagersvakschool ging en dat Willem een aantal jaren later zijn diploma groenten en fruit behaalde. Doordat er nieuwe eisen werden gesteld aan de slachtplaatsen werd er in Den Burg een nieuwe slachtplaats gebouwd waardoor de slachtplaats in Den Hoorn kwam te vervallen. Het gevolg is dat er ruimte vrijkwam die gebruikt kon worden voor andere doeleinden.

Deze vrijgekomen ruimte werd benut in de zomer van 1962. Op 19 juli om 11 uur werd de vernieuwde slagerij geopend met een dubbele oppervlakte. Aan de slagerij was nu een aparte groentehal verbonden:

Den Hoorn, 11 juli 1962 - Uitnodiging

Met genoegen delen wij u mede, dat de verbouwing van ons bedrijf dezer dagen is gereed gekomen. Ook in dit nieuwe bedrijf zullen wij ons het vertrouwen, dat u altijd ruimschoots hebt geschonken, volkomen waardig tonen. Ons bedrijf is nu 2 x zo groot geworden. In de mooie winkel ziet u thans een grote opengekoelde kijkwijs-toonbank, waarin een keur van de fijnste vlees en vleeswaren artikelen, steeds heerlijk fris gekoeld, ligt uitgestald.

Verder hebben wij nog een grote marchandrie en stortbakken geplaatst, waaruit u zelf de keus kunt doen uit een flink assortiment levensmiddelen. Bovendien hebben wij aan onze zaak een aparte groentehal verbonden, waarin u voor verse, reeds voorverpakte groente terecht kunt.

de officiële HEROPENING zal plaatsvinden op donderdag 19 juli des morgens om 11 uur, waarvoor wij u van harte uitnodigen.

Hoogachtend,
KEURSLAGER GOENGA

De levering van groente was mogelijk doordat de familie Goënga samen ging werken met Joop van der Meer die groenteman was in Den Burg. Dit was vanaf 1963. Het geheel ging samen onder de naam GTM waaronder Goënga, Timmerman en Van der Meer werd verstaan. Ben Timmerman dreef een kruidenierswinkel op Klif en trad na de overname van zijn bedrijf in dienst van Goënga. Het geheel was niet meer dan een samenwerkingsverband.

1962: Van links naar rechts: Willem, Neel, Otto, Neeltje, Anne de Boer, Martha en Minne

De opening door de heer Vroegindewey

De drukte op de heropening.

Firma Goënga van buiten tijdens de opening

Firma Goënga van binnen tijdens de opening

De nieuwe groentehal

In de jaren tussen de heropening en 1969 is er veel gebeurd. In 1963 is GTM opgericht, een samenwerkingsverband tussen de familie Goënga, Joop van der Meer en Ben Timmerman. Joop van der Meer was de man die begin jaren zestig de stoot gaf tot het uitbreiden van de zaak met groenten en fruit. Naast groenten en fruit werden er vanaf 1962/1963 ook geconserveerde levensmiddelen verkocht. In de aparte groentehal kwam ruimte voor enkele meters levensmiddelen en ook in het slagerijgedeelte waren er diverse soorten soepen e.d te bewonderen.

In 1965 werden er weer diploma’s gehaald. Otto en Neeltje Goënga haalden beiden tegelijk hun kruideniersvakdiploma.

Opening van GTM in 1963 door Neel

Het interieur (1963) van de groentehal: naast groenten nu ook levensmiddelen

Eind jaren zestig

Met de aanbouw van de groentehal in 1962 is de toon gezet voor een reeks van verbouwingen. Doordat Otto en Neetje in 1965 hun kruideniervakdiploma’s haalden stond er niets meer in de weg om de slagerij op grote schaal uit te breiden met een scala aan levensmiddelen en non-food. Net als supermarkten die tegenwoordig via internet leveren waren de ‘zelfbedieningszaken’ in het begin van de jaren zestig een compleet nieuw begrip. Men was voor de jaren zestig gewend om de boodschappen te halen bij o.a. de bakker, de slager en de groenteboer. Nu konden de mensen in een naar Amerikaans idee ingerichte zelfbedieningswinkels allerlei soorten producten kopen, van groente en fruit tot sigaretten en van vlees tot sokken. Vanaf begin jaren zestig schoten de supermarkten als paddenstoelen uit de grond.

Zo ook in Den Hoorn. De krap achttien vierkante meter tellende slagerij uit 1935 werd uitgebreid met een supermarktgedeelte van 185 m2. Op 25 maart 1969 wordt door burgemeester Sprenger de opening verzorgd van ‘het nieuwe hart van Den Hoorn’. De uitbreiding tot ‘super-supermarkt’ was niet geheel zonder problemen gegaan. De bouwplannen moesten geheel voldoen aan de eisen van het ‘beschermd dorpsgezicht’. Dit betekende dat de uitbreiding in oude stijl moest worden gebouwd: schuine daken, kleine ramen en een groen-houten topgevel. Door tijdnood werd de familie Goënga gedwongen in te stemmen met de bouwplannen. Maar zelfs toen deden zich moeilijkheden voor toen bleek dat de winkel boven het riool dreigde te komen en verder naar achteren moest.

Burgemeester Sprenger opent de supermarkt (1969) met hulp van Minne Goënga jr.

De inrichting van de nieuwe winkel

De supermarkt die in 1969 ontstond was geenszins te vergelijken met de slagerij en groentehal uit 1962. De Texelse courant schrijft dan ook:

‘het interieur ademt de sfeer van deze en komende tijd. In Goënga’s supermarkt is alles te koop: brood, kruidenierswaren, vers vlees, drogisterijartikelen, groenten en fruit, alcoholische dranken, zuivelwaren enz. De artikelen staan opgesteld in stellingen langs brede paden. Alles is gericht op de massaverkoop aan toeristen’.

Een belangrijke verandering met de periode van voor 1969 is de grote hoeveelheid non-foodartikelen. Op de zolder die 50 m2 in beslag neemt worden diverse seizoensartikelen verkocht als tenten, stoelen en campingartikelen. De hele inrichting van de winkel is in handen van de heer De Graaf van Kroongroothandel Klaver te Alkmaar. ‘De Graaf zorgde ervoor dat de klant zich niet vast hoefde te houden aan een vast routing, maar naar hartelust kon dwalen langs de gondola’s, displays en wandstellingen’ (Kroon Kroniek, April 1969).

Het interieur van de supermarkt met een oppervlakte van 185 m2. Achterin is de trap te zien naar de eerste etage waar ’s zomers seizoensartikelen werden verkocht. Rechts is de balie met de verkoop van vleeswaren te zien. Bijzonder in deze tijd waren de gondola’s waar je zonder vaste routing omheen kon lopen.

Maar wat gebeurde er met de slagerij in 1969? Minne Goënga was eind jaren zestig nog een fanatiek slachter, tenminste wanneer de tijd daarvoor was. Per week werden drie koeien bij boeren opgekocht en verwerkt tot verkoopbaar vlees en vleeswaren. De klanten waren bekend met de kwaliteit en de smaak van het eigen vlees en vleeswaren en het is dan ook niet verwonderlijk dat bijna vijfendertig procent van de omzet afkomstig was uit de slagerij. De slagerij bleef bestaan op de plek die hij vanaf 1935 al innam. Het verschil is echter dat de toonbank dwars kwam te staan zodat de klanten vanuit de winkel recht op de toonbank afliepen. Een ander verschil is dat de vleeswaren buiten de slagerij werden verkocht in de supermarkt zoals blijkt uit afbeelding 21. Op deze foto is ook heel duidelijk de doorgang te zien.

Slagerij-gedeelte in 1969

Diepvriezen en rechts de doorgang naar het slagerij-gedeelte

De opening van de geheel vernieuwde supermarkt op 25 maart 1969

Uitnodiging ter gelegenheid van de opening van de vernieuwde Kroon supermarkt op 25 maar 1969.

Op 25 maart 1969 opende de heer Sprenger de geheel vernieuwde supermarkt van de Firma M. Goënga en zonen. Bij deze opening waren gigantisch veel belangstellende Hoornders en oude bekenden aanwezig.

Ook waren er wonderbaarlijk veel mensen die een toespraak gaven. De spits werd afgebeten door burgemeester Sprenger die in zijn toespraak sprak van een ‘super-supermarkt’. Hiermee bedoelde hij niet alleen voor Hoornder, maar daarnaast ook voor Burger begrippen.

Daarnaast maakte Meneer Sprenger een variant op ‘When the saints go marching in’. Hij sprak van ‘When the markets go marching in’ wijzend op de opkomst van de supermarkten. Sprenger kon zich voorstellen dat er mensen waren die zich afvroegen of zo’n groot bedrijf wel kon bestaan, maar hij twijfelde daar zelf niet aan. U naam begint met ‘go’en eindigt met ‘ga’. Dan moet het wel goed gaan! Verder wees Sprenger op het ‘beschermd dorpsgezicht’ van Den Hoorn: hiermee staat de tijd even stil. Maar voor de bedrijvigheid hoeft dit niet te gelden. ‘Den Hoorn is een juweel, echter een levend juweel dat lévend gehouden moet worden!’

Verder merkte Kroon Kroniek op:
‘Dat de Kroonorganisatie niet alleen een landelijke organisatie, maar zelfs een eilandelijke organisatie is wisten we al. Maar dat onze organisatie in Den Hoorn op het eiland Texel op zo voortreffelijke wijze gepresenteerd wordt, was ons nog niet bekend. Tot we dinsdag 25 maart de pont pakten om de officiële opening van de familie Goënga in het hartje van Den Hoorn bij te wonen. Op de Diek in het centrum van Den Hoorn, een van de plaatsjes die tijdens de zomer uitpuilen van de toeristen, verrees n.l. een supermarkt waar de familie terecht trots op kan zijn’.

Een bijzonder woord was verder voor de oude leermeester van Minne: E. de Boer. Hij was uit Friesland overgekomen om Minne te feliciteren. Hij sprak altijd tot Minne: Doch dyn plicht, en lit de lju mar rabje. Dit betekent: Doe je plicht en laat de mensen maar kletsen. Dit is de spreuk waar Minne voor gekozen heeft en waarvan het bewijs dat je er een heel eind mee komt staat aan de Diek in Den Hoorn.

Een laatste woord was daar natuurlijk voor de baas zelf, Minne Goënga:
‘Tegen de ander middenstanders wil ik zeggen, zie ons niet als concurrent. Deze uitbreiding komt voort uit harde noodzaak en de plicht ons dorp bewoonbaar te houden.’

Verder zei hij:
‘Bouwen in Den Hoorn was wel duurder en moeilijker gebleken . Waar anderen streven naar grote ramen, moeten wij het met kleinere doen; ons huis heeft een schuin dak. Ik hoop echter dat dit het begin zal zijn voor een verdere uitbreiding van Den Hoorn.’

De heer Klaver (voor) en Willem

Luisteren naar de vele toespraken


De jaren zeventig

Met de ‘super-supermarkt’ die in 1969 werd geopend was de reeks van uitbreidingen en verbouwingen nog niet ten einde. De 185 vierkante meter tellende supermarkt wachtte in 1974 een nieuwe uitbreiding. Dit tot genoegen van Minne Goënga: hij sprak in een interview met A.A.J Jansen zijn ontevredenheid uit over de ‘indeling van de supermarkt en de voorgevel van de winkel’. Door de toenemende drukte in de zomer en de nog behoorlijke omzet in de winter werd er dan ook besloten de winkel verder uit te breiden. Met deze uitbreiding zou de huidige oppervlakte worden bereikt.

Minne Goënga had gedacht met de uitbreiding van 1969 klaar te zijn. In januari 1971 ging hij al over op groente en fruitlevering van een grossier omdat de prijzen van de groente te hoog waren. Naast het toenemende aantal toeristen in de zomer waren er ook problemen als ruimtetekort door het toenemende aantal producten. Daarom begon de familie Goënga in 1972 al (weer) te denken over een verdere uitbreiding. Net als in 1969 ging dat niet zo gemakkelijk. Problemen ontstonden over het aankopen van grond. In 1972 beek dat niet zo moeilijk te zijn, maar toen de Goënga’s in 1973 wilden doorzetten waren er opeens problemen. Daarnaast zorgden de bouwtekeningen voor een opstakel. Weer stak het probleem ‘beschermd dorpsgezicht’ de kop op. Het geplande platte dak werd niet toegestaan, er moest een kap op. Uiteindelijk werd begin 1974 de bouwvergunning afgegeven en kon de grond worden gekocht (voor een behoorlijk bedrag).

Begin 1974 werd door de firma Drijver met groot materieel begonnen aan de uitbreiding die een grootte had van 200 vierkante meter. De gehele supermarkt werd voorzien van een nieuw interieur. En daarnaast was er natuurlijk de grote toonbank van de slagerij die geheel nieuw werd gezet en er nu nog staat. De toonbank werd naar voren getrokken en vlees en vleeswaren waren nu verenigd in één grote toonbank van zeven meter! In de vergrote supermarkt ligt het accent op de non-food: strand- en badartikelen, drogisterijartikelen etc. De zolderverdieping verdween en de artikelen werden verplaatst naar de begane grond.

De uitbreiding gerealiseerd in mei 1974

Goënga’s trots: de zeven meter lange toonbank bij de opening in 1974

De opening door Mevrouw Sprenger op 16 mei 1974

De genodigden verzamelden zich in ‘Het kompas’ voor de opening van de kroonsupermarkt met een winkeloppervlakte van ruim 360 vierkante meter. Mevrouw C.R. Sprenger–Pool kreeg de eer om deze geheel van nieuw interieur voorziene supermarkt te openen. Net als bij de opening van 1969 was er een grote belangstelling van vele Hoornders en bekenden. Mevrouw Sprenger liet weten dat ‘ondanks de uitbreidingen die het bedrijf heeft ondergaan, de benadering tot de klant, de vriendelijkheid, hartelijkheid, voorkomendheid, blijvend zal zijn’. Verder was Mevrouw Sprenger blij dat zij de opening mocht verrichten doordat haar man niet in de gelegenheid was: ‘mijn man weet toch niet waar de havermout staat!’

De uitnodiging van de opening op 16 mei 1974 met duidelijk hierop de verschillende verbouwingen

De opening door Mevrouw Sprenger 16 mei 1974

Minne kwam in zijn toespraak nog terug op de obstakels die het familiebedrijf was tegengekomen op de weg naar deze vernieuwde supermarkt. Hij kwam terug op de bouwplannen die gewijzigd moesten worden in verband met het ‘beschermd dorpsgezicht’. Door deze regeling moest hij twintig duizend gulden (€ 9065) extra uittrekken om van het platte dak dat hij graag wilde een kap te maken. Hij sprak dan ook in zijn speech: ‘In de zakenwereld geldt de regel: wie commandeert, betaalt. Bij welstandscommissie en beschermd dorpsgezicht zegt men: wie commandeert, betaalt niet’.

De pui van de winkel in 1974

Ondanks de kritiek die Minne heeft op de gang van zaken bij de bouwplannen van de firma is hij wel te spreken over de kap:
‘Architect Zonderhuis van de Kroonorganisatie heeft het knap gedaan. Aan de voorkant lijkt het een kap, maar het is slechts een halve, hij heeft hem afgeknipt’.

Verder zei Minne:
‘Ik ben een gelukkig mens. Ik ben zeer verheugd over de volledige van mijn twee zoons en schoondochters binnen het bedrijf. Zij zijn de pijlers waarop de zaak draait.’

De gehele familie Goënga (en kennissen) bij de opening de opening van de nieuwe Kroon-supermarkt

40 jarig bestaan Firma M. Goënga en zonen: 17 april 1975.

Op 17 april 1975 werd het 40-jarig bestaan gevierd van de firma Goënga, na de uitbreiding in 1974 was er dus in 1975 weer feest. Nu ter gelegenheid van de door ‘opa’ Goënga opgezette slagerij in 1935. Op 17 april 1975 was er dan ook een heel programma. De winkel werd om elf uur gesloten en om vier uur was er voor de jeugd een filmvoorstelling in het dorpshuis. Om vijf uur was er een rondgang met de drumband door Den Hoorn en op het plein. En van vijf tot negen uur was er een open huis van de firma. Door diverse besrijven werd wijn, gebak, vlees en vleeswaren ter keuring aangeboden.

Jubileumadvertentie van het 40 jarig bestaan van de firma M. Goënga en zonen

Daarnaast was er een wedstrijd over het gewicht van het varken. In de zaak was een foto van een varken opgehangen, degene die het juiste gewicht van het varken (76 kg.) zou raden kreeg het varken panklaar thuisbezorgt. De heer H. C. van Duren was de gelukkige en won het panklare varken. Verder waren er uitnodigingskaarten verstuurd met geluksnummers waarmee een rollade was te winnen.

Na de opening gingen de zaken gewoon verder. ’s Zomers werden er steeds hogere omzetten gehaald, ’s winters kon de familie Goënga en haar medewerkers het wat rustiger aandoen. Elke maandag was er slachtdag. Willem vertrok dan met een aantal werknemers in het Fiat-busje naar de slachtplaats aan de Hallerweg. Daar werden varkens, koeien en lammeren geslacht en het vlees ging dan weer terug naar Den Hoorn. Daarnaast stopte Goënga in mei 1978 met het bezorgen van boodschappen aan huis.

Het Goënga-busje bij de slachtplaats in Den Burg.

Het overlijden van opa Goënga

Na al die jaren van voorspoed kwam er op 27 december 1978 een trieste mededeling. Opa Goënga, de man die zoveel had opgebouwd kwam op 64-jarige leeftijd te overlijden.

Opa Goënga in 1975

Toen Minne in 1935 van zijn vader te horen kreeg dat deze een slagerij voor hem wilde beginnen had Minne geen enkel idee waar hij aan begon. Minne was net achttien jaar oud en had nog geen eens wettelijk toestemming om een zaak te starten. Nadat deze

toestemming was gegeven ging Minne in de leer bij E. de Boer in Sexbierum. Vanaf de opening op 17 april 1935 tot zijn overlijden heeft hij het bedrijf zien opgroeien van een slagerij met een oppervlakte van krap 18m2 tot een supermarkt in 1974 met een twintig keer zo groot oppervlak. Belangrijk is de beslissing van Minne geweest om een supermarkt te beginnen. In een interview werd hem de vraag gesteld: ‘U hebt een goed lopende slagerij. Waarom bent u dan met een supermarkt begonnen?’. Minne antwoordde hierop: ‘Ik heb het hoofdzakelijk gedaan voor mijn twee zoons. Zij hadden beiden wel zin om zelfstandig het vak in te gaan. De slagerij was echter te klein om er een goede boterham te verdienen voor drie gezinnen. Mijn zoons hebben beiden hun diploma’s gehaald en kunnen straks de zaak zo overnemen’.

En dat was geen verkeerde beslissing, in 1974 was het nodig om de supermarkt uit te breiden tot de huidige oppervlakte. Mede door de enthousiaste en fanatieke houding van Minne is het bedrijf opgegroeid tot een goed meetellende supermarkt op ons eiland. Minne was ook onder het personeel erg geliefd, het was een man die van gezelligheid hield maar ook van aanpakken. Vandaar ook zijn lijfspreuk: ‘Doch dyn plicht, en lit de lju maar rabje’. Met het overlijden van deze nog jonge man is de Firma M. Goënga haar grondlegger kwijt.

De laatste veranderingen en aanpassingen in de jaren 70

In mei 1979 vinden er weer veranderingen plaats in de Kroon-supermarkt. In ‘2 ½ dag werd de supermarkt van de familie Goënga omgebouwd tot de meest complete supermark van Texel’ meldt de Kroon Kroniek. Bij deze korte aanpassing werd onder andere gezorgd voor ‘een complete drogisterijafdeling met de vijf metercosmetica presentatie van Klavers groothandel en een uitgebreid non-food’.

Kroon supermarkten, jarenlang de formule geweest van firma Goënga


De jaren tachtig

Ook de jaren tachtig zijn voor familie Goënga en haar medewerkers drukke jaren geweest. Allereerst was daar in januari 1982 de opening van een filiaal in Oudeschild. dit bracht heel wat meer drukte en regelingen met zich mee. Daarnaast was er het vijftig jarig bestaan van de firma met het revuediner in klif 23. En verder veranderde de supermarkt in 1986 van formule: Koopmart werd MéérMarkt.

Een filiaal in Oudeschild

Begin 1982 kon de firma Goënga haar afzetgebied gaan uitbreiden met een filiaal in Oudeschild. De nieuwe vestiging was gevestigd aan de De Ruyterstraat 27. Goënga kon de winkel pachten van Goudsblom. De winkel was iets kleiner dan de vestiging in Den Hoorn. Desondanks was er sprake van een breed assortiment met aparte hoeken voor groente en vleeswaren. De klant kon vlees bestellen in de supermarkt in Oudeschild dat dan vanuit Den Hoorn werd geleverd. De Texelse Courant meldt: ‘Willem gaat de supermarkt in Oudeschild bestieren, terwijl Otto de vestiging in Den Hoorn blijft leiden’. ‘Evenals de winkel in Den Hoorn is de winkel een zelfstandig Kroon-ondernemer. Dit betekent dat de winkel en de voorraad van Goënga zijn maar dat wat betreft inkoop en winkelformule met andere supermarkten in het land wordt samengewerkt’.

De supermarkt in Oudeschild die Goënga vanaf 1982 had.

Op 14 januari 1982 op half negen zou de nieuwe supermarkt van de firma Goënga geopend worden. Daaraan vooraf was er op woensdag 13 januari zeven tot negen een open huis. De winkel werd geopend met grote aanbiedingen. Er werden folders uitgedeeld met geluksnummers waarmee vleesschotels waren te winnen. Verder kon men bij 25 gulden (€ 11,34) een sneeuwster kopen voor maar 2,98 (€ 1,35). Met het filiaal in Oudeschild kreeg de familie Goënga er een last bij. Nu moesten ze in plaats van één supermarkt, twee supermarkten leiden en het personeel begeleiden.

Marjon Bakker achter de vleeswaren, kaas en brood in Oudeschild. Rechts op de foto wordt gewezen op het feit dat men vlees kan bestellen in Den Hoorn en in Oudeschild ophalen.

Goënga in de prijzen

In april 1984 viel Goënga in de prijzen bij een wedstrijd om een zo goed mogelijke presentatie en klantenbehandeling. Goënga werd aangewezen als regionaal winnaar van een door Markant (Goënga was al in februari van dit jaar de formule Koopmart gaan dragen) uitgeschreven wedstrijd. Daarbij was de beoordeling afkomstig van een geheime jury van vertegenwoordigers van onder andere Calvé en Douwe Egberts die toch in het voor zaken in het bedrijf moesten zijn. Willem, Otto en Oma Goënga kregen voor deze triomf bloemen en een beker. Daarnaast was er voor alle personeelsleden een Kodak camera met film. De plechtigheid werd afgerond met een borrel en een maaltijd in klif 23.

In het juryrapport stond:
‘Supermarkt M. Goënga heeft gedurende de kris-kras campagne blijk gegeven van een positieve maar vooral actieve instelling.

Dat kwam onder meer tot uiting in een creative en gedisciplineerde toepassing van sfeer- en actiematerialen. Ook de presentatie van de deelnemende campagneartikelen was uitstekend te noemen. Speciale aandacht was geschonken aan massaliteit van displays en een goede artikelbeprijzing. Tenslotte bleek de vriendelijkheid van personeel van hoog gehalte, iets dat alleen door grote gemotiveerdheid en gezonde teamgeest behaald kan worden.’ Willem Goënga wees op de goede verstandhouding tussen personeel en directie met de woorden: ‘Het is leuk om wat te krijgen, vooral als je het verdiend hebt. En volgens u is dat het geval. Maar we hebben het wel allemaal gedaan’.

De Markant-mannen en het personeel bij het winnen van de Markant wedstijd in april 1984

Foto uit ongeveer 1985 Vlnr boven: Harry van Neerden, Willem, Benna, Oma, Otto, Neeltje, Hans, Marjo Zoetelief, Sandra Parlevliet en Karin van Empel Vlnr onder: Marjon Bakker, Jenny Huisman, Dia Bugel

Goënga’s lamsvlees geniet bekendheid door heel Nederland

Gedurende de jaren tachtig gaat de verkoop van lamsvlees steeds grotere vormen aannemen. Willem behaalt hoge prijzen op de ‘Slavakto’:

Texelse lamsham heeft een buitengewoon gunstige beoordeling gehad op de internationale slagersvaktentoonstelling Slavakto die onlangs in utrecht werd gehouden. Op de beurs, die eens in de drie jaar plaatsvindt, waren maar liefst 5800 inzendingen uit Nederland, Beligië en Duitsland en Goënga’s lamsham werd hier beoordeeld met een gouden medaille. De cijfers waren vier maal tien en één maal negen voor een gaatje dat er in de lamsham zat’. (bron: Texelse Courant) Goënga slachtte zijn lammeren zelf en was daarom ook niet aangesloten bij het Lamsvleesbedrijf Texel. De geslachte lammeren worden verwerkt tot ham, paté en droge worst. Pas op de tweede plaats komt het verkopen van gewoon lamsvlees. Terwijl het bij het Lamsvleesbedrijf Texel ging om zoveel mogelijk lammeren tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen.

De lamsvleesspecialiteiten van Goënga hebben nationale en internationale bekendheid. Via burgemeester Engelvaart kwam Willem in aanraking met een restaurant in Medemblik. Deze was aangesloten de stichting ‘Romantisch tafelen’. Burgemeester Engelvaart (die toen burgemeester van Venhuizen was) heeft het restaurant aangeraden Willems lamsvlees op de kaart te zetten. Zo kreeg het Hoornder lamsvlees nationale bekendheid. Ook internationaal kwam het lamsvlees in beeld. Via de stichting Holland Promotion van het Nederlandse ministerie van landbouw kregen Nederlandse ambassades in allerlei landen Goënga’s lamsham voorgeschoteld.

Halverwege de jaren tachtig vindt een in de zogenaamde Holland week een stijgende verkoop van lamsvlees plaats.

Meer bekendheid kreeg het lamsvlees in Maastricht. Van 13 tot en met 28 april 1985 vonden in hotel ‘Au bord de la Meuse’ de zogenaamde ‘Texelse weken’ plaats. In deze weken konden diverse genodigden kennismaken met een Texels menu volgens de kaart van ‘Het Kompas’. In de hal van het hotel waren Texelse tafels ingericht met daarop Texelse producten. Willem nam daarbij een belangrijke plaats in met het Texelse lamsvlees.

50 jaar Goënga: 17 april 1985

Op 17 april 1985 zag Goënga de abraham en dat werd groots gevierd. Er waren diverse grote aanbiedingen als een ons boterhamworst voor 0,25 (€0,11) en elke vijftigste kassa-aanslag gaf recht op een gratis slagroomtaart. Daarnaast was er een receptie vanaf zeven uur in de winkel. Aansluitend daarop ging men naar klif 23 waar een revuediner was met medewerking van o.a Charlotte Lorier, Cor van Heerwaarden en Benna Vredevoort. Het hoogtepunt van de dag was ongetwijfeld de uitreiking van de Abraham in klif 23 door de Hoornder Ondernemersvereniging. Aangevoerd door Willem Ham overhandigde zij een Abraham gemaakt door Bakker Dros. Daarbij werd gewezen op de service die de Hoornder gemeenschap van de firma heeft ondervonden en de buitengewoon vriendelijke wijze waarop het personeel met de klanten omgaat.

Goënga 50 jaar: receptie in de winkel en revuediner Goënga 50 jaar: receptie in de winkel en revuediner

Goënga 50 jaar: receptie in de winkel en revuediner Goënga 50 jaar: receptie in de winkel en revuediner


Revue met Willem Erica en Neeltje met het familieboek

Menu van het revuediner

Uitreiking van de Abraham door de Hoornder ondernemers

Van Koopmart naar Méérmarkt

Vanaf donderdag 13 maart 1986 8.30 zou de firma Goënga de formule MéérMarkt gaan dragen. Het interieur van de supermarkt werd aangepast in de Méérmarkt uitstraling die volgens het concern altijd méér biedt. Dat biologische levensmiddelen een steeds belangrijkere rol gaan spelen blijkt wel uit de advertentie van de feestelijke opening: Vanaf donderdag a.s altijd voorradig, biologisch dynamische groenten en fruit en tevens het volledige Akwarius-assortiment. De opening werd gevierd met een speciaal voor deze gelegenheid uitgebracht feestfolder waarvan de klanten van het filiaal in Oudeschild ook meeprofiteerden.


De jaren negentig

Ook in de meest recente jaren, de jaren negentig is er heel wat gebeurd. Het hoogtepunt van deze jaren is ongetwijfeld de ombouw van MéérMarkt naar SPAR op 3 maart 1999.

Eerste prijs in Markant winkelwedstrijd

In 1994 werd de kaas- en broodafdeling van Goënga uitgeroepen tot de beste van de Méérmarkt supermarkten van het jaar. Deze wedstrijd was georganiseerd door Markant Foodmarketing Bilthoven. Dit genootschap schreef jaarlijks een landelijke winkelwedstrijd uit onder de 125 supermarkten om kwaliteit, presentatie en motivatie van het personeel te stimuleren.

Klaver Randstad B.V. gaf een oordeel over alle afdelingen van de supermarkt en daarnaast moesten de medewerkers op een wedstrijdformulier vragen beantwoorden die betrekking hebben op o.a. klantenbehandeling. Hierbij scoorde de firma Goënga de meeste punten van het land. Ter gelegenheid van dit succes overhandigde G.J.M. Groenveld van Markant een gouden dukaat met echtheidscertificaat en werd een oorkonde overhandigd aan Pricilla Trouwerbach die in de betreffende afdeling de sfeer bepaald. Daarbij werd 250 gulden (€113) toegevoegd voor de personeelspot van de formulebeheerder van Klaver: N. L. van Egdom.

Van Méérmarkt naar SPAR

In 1998 kreeg Goënga te horen dat MéérMarkt zou verdwijnen uit Noord-Holland. Klaver Randstad B.V. zou geen goederen meer leveren aan deze winkelorganisatie voor een fatsoenlijke prijs Daarom moest de familie Goënga kiezen voor een andere formule. Na diverse oriëntaties en gesprekken is besloten om voor de formule SPAR te kiezen. Spar is een formule die dit jaar 70 jaar bestaat in Nederland. Deze formule was vooral in jaren dertig en veertig, vijftig en zestig bekend samen met een formule als Vivo. In de jaren negentig werd geprobeerd de Spar-formule nieuw leven in te blazen. In kleine en grotere dorpen ontstonden Sparwinkels, tot bijna 300 supermarkten in 2000. Spar kon het voortbestaan garanderen van de supermarkt en bij eventueel stoppen van de Goënga’s zorgen voor andere ondernemers.

Het zou de eerste grote verbouwing worden sinds 1974. De supermarkt werd voorzien van een nieuwe vloer, plafond en een nieuw interieur met nieuwe stellingen en aankleding in de SPAR-uitstraling. In de tussentijd zou er een noodwinkel draaien achter in het magazijn. Op zaterdag 23 januari 1999 sloot de supermarkt om 16.00 uur zodat de stellingen konden worden leeggehaald en de levensmiddelen en non-food in groentekratten konden worden gestopt. Dat weekend en de maandag erop werd de noodwinkel ingericht met stellingen uit de winkel, koelingen en de levensmiddelen uit de groentekratten gevuld. Op maandagavond was alles klaar en de noodwinkel kon dinsdag haar deuren openen. De slagerij was tijdens verbouwing, die zes weken duurde, geplaatst in de oude slagerij waar Minne in 1935 zijn slagerij ook had. De ingang was op de precies dezelfde plaats als 60 jaar geleden.

Noodwinkel Slagerij (net als 60 jaar geleden)

Verbouwing Verbouwing

De projectleiding van deze ombouw was in handen van Kees Rotteveel. In 6 weken tijd wist hij samen met o.a De wit, Visser en De Verenigde Schilders van Goënga’s supermarkt een eredivisiespar te maken. Daarbij werd de helft het voorraadmagazijn voor de koelcel bij de winkel getrokken en de trap die in het magazijn stond verplaatst. Verder werd er een nieuwe tegelvloer in de slagerij en in de winkel gelegd. De winkel wagens werden nagekeken en de zaak werd voorzien van nieuwe stellingen, koelingen, diepvriezen en check-outs. De 1e check-out werd voorzien van een complete servicebalie voor het wegbrengen van foto’s, het laten stomen van kleding, het halen van medicijnen en het kopen van sigaretten. In de tussentijd moest de familie Goënga gewoon werken in de noodwinkel. Langzamerhand begonnen de Sparproducten haar intrede te doen en verdwenen de M-producten. Iedere week verscheen er een speciale folder en een nieuwsbrief waarin de vorderingen komende gebeurtenissen stonden vermeld.

De opening van Goënga’s SPAR op 3 maart 1999

Voorafgaand aan de opening van de Goënga’s SPAR werden er in Den Hoorn en omstreken vijfhonderd plantjes bezorgd met als boodschap: ‘Als symbool voor de bloeiende ontwikkeling van onze winkel in Den Hoorn krijgt u van ons een bloeiende plant’. Op het kaartje stond de volgende uitnodiging: ‘Op woensdag drie maart houden wij van 18.00 uur tot 20.00 uur open huis. U bent dan van harte welkom om onze gloednieuwe Sparwinkel te bekijken. Wij verwelkomen u dan met een hapje en een drankje.’

Gerrit Coevert kreeg de eer om de eredivierspar te openen. Hij moest daarbij een worst doorknippen onder het toeziend oog van Willem. Vanaf dat moment was het een grote drukte in de winkel. Een gigantische toeloop van Hoornders, mensen van de SPAR formulegroep en bedrijven waren bij het open huis aanwezig. Het geheel werd nog extra opgefleurd door fanfarekorps D.E.K. die ter gelegenheid van de opening van de winkel een serenade kwam geven.

Gerrit Coevert knipt de worst door en opent daarmee de Spar-supermarkt. Gerrit Coevert opent de Spar-supermarkt.

De opening Groente en fruit

Slagerij De receptie

De koeling


Een nieuw filiaal in Den Hoorn

In 2000 ging de familie Goënga een nieuwe uitdaging aan. Het pachten van een vakantiesupermarkt op kampeerterrein ‘Loodsmansduin’. Deze camping biedt ’s zomers plaats aan 4000 campinggasten. Met deze winkel kwam er een extra last bij maar gezien de omzetten die er ’s zomers worden behaald zeker geen verkeerde beslissing geweest. Zo wordt een spreuk als ‘we hebben de zuidpunt in handen’ geen droom maar werkelijkheid geworden.

Spar, de nieuwe formule waarvoor Goënga gekozen heeft: nu ook naast de vaste winkel een zomerwinkel in Goënga’s handen


De toekomst

Op 1 maart 2002 namen Otto, Neeltje, Willem en Benna afscheid van ‘hun’ bedrijf waar ze meer dan veertig in hadden gewerkt. Ze hebben veel leuke dingen en minder leuke dingen meegemaakt in ‘de zaak’. Ze hebben het bedrijf zien opgroeien van een slagerij met een groentehal en wat levensmiddelen tot een ‘super-supermarkt’. Na de oorlog is er telkens sprake geweest van groei. Diverse verbouwingen en uitbreidingen hebben dat aangetoond en ook de cijfers liegen er niet om. Afscheid nemen van iets waar je je hard voor hebt ingezet is moeilijk maar aan de andere kant weten Otto, Neeltje, Willem en Benna dat het bedrijf wordt voortgezet door een fanatiek en enthousiast stel nieuwe krachten die ‘er voor willen gaan’.

Wat de toekomst zal brengen is natuurlijk moeilijk te voorspellen. De kans is groot dat de hoge groei na de opening van ‘de spar’ zal voortzetten. Texel is een eiland dat steeds meer toeristen gaat ontvangen. Niet alleen ‘slapers’ maar ook het aantal dagjesmensen en weekendmensen neemt behoorlijk toe. Wanneer de huidige trend doorzet is te verwachten dat de firma M. Goënga en zonen nog lang niet is uitgegroeid. Maar in dit jasje kan ze voorlopig nog wel even vooruit!

De wisseling van de wacht: Otto, Neeltje, Willem en Benna worden na meer dan veertig jaar hard werken afgelost door Minne, Winanda, Hans en Annemieke.


Nawoord

Het is voor mij geen gemakkelijke opdracht geweest om de geschiedenis van een bedrijf te beschrijven waar ik nog maar betrekkelijk kort bij betrokken ben en tevens niet helemaal insta. Het is moeilijk geweest, maar niet onmogelijk. Het resultaat heeft u kunnen doorlezen, een bijna veertig pagina’s tellende geschiedenisverhaal in woord, maar vooral ook beeld. Meer dan zestig foto’s uit o.a familieboeken van de familie Goënga en uit de archieven van de Texelse Courant. Het merendeel wat er bewaart is gebleven uit de geschiedenis van de firma Goënga bestaat uit foto’s en natuurlijk ook uit herinneringen. En deze herinneringen hoop ik met dit werkstuk weer te hebben opgehaald.

Voor mij is het belangrijk dat uw herinneringen overeenkomen met hetgeen ik geschreven heb. Ik heb al opgemerkt dat de meeste informatie afkomstig was van beeldmateriaal en enkele stukken tekst uit kranten en supermarkttijdschriften. Ik kan daardoor essentiële punten uit de geschiedenis over het hoofd hebben gezien of verkeerd hebben opgevat. Deze punten zou ik graag van jullie lezers willen horen zodat ik een ‘volledig’ beeld kan neerzetten van de geschiedenisontwikkeling van de firma Goënga.

Als laatste wil ik iedereen bedanken die mij aan informatie heeft geholpen. Want zonder informatie had ik dit boekje niet kunnen schrijven. Een speciaal woord van dank is er voor ‘Tante Neeltje’ , ‘Oma Goënga’ en Joop Rommets (van de Texelse Courant). Veel informatie, foto’s en krantenartikelen van hun heb ik kunnen verwerken in mijn boek.

Michiel Drijver
24 april 2002

Vandaag besteld, morgen in huis

Ruim assortiment aan topmerken

Gegarandeerd kwaliteit